Chronische Toxische Encephalopathie (voorheen OPS)

De maatregelen die in het recente verleden zijn genomen om de beroepsmatige blootstelling aan vluchtige organische stoffen te verminderen, werpen vruchten af. Dat blijkt uit het jaarverslag 1999 van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) over het Solvent Team project, dat medio augustus verscheen. Chronische Toxische Encephalopathie (CTE) is de correcte wetenschappelijke benaming voor het vaak gebruikte Organisch Psychosyndroom (OPS) dat ten onrechte ook als 'schildersziekte' wordt aangeduid.

In vrijwel alle gevallen waarin CTE werd vastgesteld, was er sprake van een blootstelling aan hoge concentraties oplosmiddelen gedurende een langdurige periode in het arbeidsverleden van de patiënt. De toename van 60 CTE-patiënten in 1998 tot 97 patiënten in 1999 moet volgens het jaarverslag van het NCvB als een inhaaleffect worden beschouwd en weerspiegelt geen werkelijke stijging. Het werkelijk aantal CTE-patiënten blijkt daarmee dus aanzienlijk lager te liggen dan de enkele honderden (tot duizenden!) gevallen per jaar uit eerdere voorspellingen van zowel het Ministerie van Sociale Zaken, FNV Bouw als de Chemiewinkel.

Wetenschappelijk is er inmiddels consensus bereikt over het feit dat CTE-effecten niet bevorderd worden, wanneer de maximaal aanvaarde concentraties (MAC-waarden) op de werkplek in acht worden genomen. Verantwoord werken met oplosmiddelen blijkt dus mogelijk te zijn. Tegelijkertijd zijn door vaak relatief simpele maatregelen op de arbeidsplaats (zoals het openen van ramen of het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen) de niveaus van beroepsmatige blootstelling aan organische oplosmiddelen en de daaraan verbonden risico's in de afgelopen jaren sterk gedaald. Het is dan ook niet vreemd dat het NCvB voor de komende jaren een substantiële vermindering van het aantal CTE-patiënten verwacht.

Van de 97 patienten, bij wie in 1999 de diagnose CTE is gesteld, behoren 36 personen tot de groep van schilders. Op een werknemersbestand van 30.000 schilders komt dat neer op 0,12%!
FOSAG heeft reeds bij de totstandkoming van de vervangingsplicht aangegeven dat zo'n maatregel een veel te rigide middel is. Aangezien het aantal CTE-patienten de komende jaren alleen maar zal verminderen (zie de uitkomsten van het NCvB-rapport), is volgens FOSAG duidelijk dat verdere vervangingswetgeving in de schildersbedrijfstak en andere sectoren waar oplosmiddelen worden gebruikt niet nodig is.